Lichaamsdeel: Kinderorthopedische klachten
Bij een heup(sub)luxatie bij baby’s staat de heupkop niet goed in de heupkom. De heup is dan instabiel of (gedeeltelijk) uit de kom geschoten. Dit valt onder de verzamelnaam ontwikkelingsdysplasie van de heup (ODH). Wanneer de heupkop nog deels contact maakt met de heupkom spreken we van een subluxatie; wanneer de heupkop volledig buiten de kom staat is er sprake van een luxatie.
De heupgewrichten van baby’s zijn bij de geboorte nog niet volledig ontwikkeld. In de eerste levensmaanden moeten de heupkom en heupkop zich verder vormen. Als de heupkop niet goed in de kom ligt, kan deze ontwikkeling worden verstoord. Daarom is vroege herkenning en behandeling belangrijk.
Bij baby’s veroorzaakt een heup(sub)luxatie meestal geen pijn. Hierdoor valt de aandoening vaak niet direct op. De signalen worden meestal herkend door de arts, het consultatiebureau of tijdens een echo-onderzoek.
Mogelijke signalen zijn:
Niet elk kind met deze signalen heeft daadwerkelijk een heupafwijking, maar aanvullend onderzoek is dan wel nodig.
De exacte oorzaak van een heup(sub)luxatie is niet altijd bekend. Wel zijn er factoren die de kans vergroten. Zo komt de aandoening vaker voor bij meisjes en bij baby’s die in stuitligging hebben gelegen tijdens de zwangerschap.
Ook erfelijkheid kan een rol spelen: wanneer heupafwijkingen vaker in de familie voorkomen, is de kans groter. Daarnaast kunnen beperkte bewegingsruimte in de baarmoeder of een combinatie met andere aangeboren afwijkingen bijdragen aan het ontstaan van een instabiele heup.
De behandeling is gericht op het goed positioneren van de heupkop in de heupkom, zodat het gewricht zich normaal kan ontwikkelen. Hoe jonger de behandeling start, hoe groter de kans op een goed herstel zonder blijvende klachten.
In de meeste gevallen wordt gekozen voor een spreidbehandeling. Hierbij worden de beentjes in een gespreide en gebogen houding gehouden. Deze houding zorgt ervoor dat de heupkop goed in de heupkom blijft en stimuleert de verdere ontwikkeling van het gewricht. De duur van de behandeling verschilt per kind en is afhankelijk van de ernst van de afwijking en de leeftijd waarop gestart wordt.
Bij Leuk Orthopedie worden verschillende hulpmiddelen ingezet bij de behandeling van heup(sub)luxatie bij baby’s. Veelgebruikt zijn de Pavlik-bandage en het spreidbroekje. Deze hulpmiddelen houden de heupen in een veilige spreidstand, terwijl de baby zo vrij mogelijk kan bewegen binnen die houding.
De hulpmiddelen worden zorgvuldig aangemeten en regelmatig gecontroleerd, omdat baby’s snel groeien. Goede instructie aan ouders over het gebruik en de verzorging is essentieel voor een succesvolle behandeling.
Is bij uw baby een heup(sub)luxatie vastgesteld of is er een vermoeden van een heupafwijking? Bij Leuk Orthopedie begeleiden wij u en uw kind tijden