Lichaamsdeel: Pols- en handklachten
Een mallet finger, ook wel hamervinger genoemd, is een aandoening waarbij u de top van een vinger niet meer actief kunt strekken. De vingertop blijft hierdoor in een gebogen stand staan. Dit wordt veroorzaakt door schade aan de strekpees die vastzit aan het laatste kootje van de vinger.
In sommige gevallen is alleen de pees afgescheurd, maar het kan ook voorkomen dat er een klein stukje bot is mee losgetrokken. Hoewel een mallet finger vaak geen ernstige pijn geeft, kan het zonder juiste behandeling leiden tot een blijvende standsafwijking en functieverlies van de vinger.
De klachten bij een mallet finger zijn meestal duidelijk herkenbaar en ontstaan vaak direct na het letsel:
Omdat de pijn vaak snel afneemt, wordt een mallet finger soms onderschat. Juist daardoor wordt behandeling soms te laat gestart.
Een mallet finger ontstaat meestal door een plotselinge kracht op een gestrekte vingertop. Dit komt vaak voor bij balsporten zoals volleybal, basketbal of handbal, wanneer de bal hard tegen de vingertop aankomt.
Ook een val, het stoten van de vinger of het blijven haken achter een voorwerp kan de strekpees beschadigen. Door deze kracht scheurt de pees los van het bot of ontstaat er een kleine botafscheuring. De buigpees blijft intact en trekt de vingertop daardoor in een gebogen stand.
De behandeling van een mallet finger is in de meeste gevallen niet-operatief. De basis van de behandeling bestaat uit het langdurig immobiliseren van het laatste vingerkootje in gestrekte stand. Hierdoor krijgt de strekpees of het bot de kans om te herstellen.
Het is van groot belang dat de vingertop gedurende deze periode niet buigt, ook niet kort. Elke buiging kan het genezingsproces verstoren en de totale behandeltijd verlengen. In specifieke situaties, zoals bij een grote botafscheuring of instabiliteit van het gewricht, kan een operatieve behandeling overwogen worden door de behandelend arts.
Bij de behandeling van een mallet finger wordt gebruikgemaakt van een speciale vingerspalk. Deze spalk houdt uitsluitend het laatste vingerkootje in een gestrekte positie, terwijl de rest van de vinger zoveel mogelijk kan blijven bewegen.
De spalk moet dag en nacht gedragen worden gedurende de volledige behandelperiode, volgens het advies van de behandelend arts.